'Hier loopt het ook dood!'

Vorig jaar hoorde ik van meerdere mensen dat ze
echt verdwaald waren. Dus probeer ik eerst nog een ander uitje te bedenken,
maar helaas.
Enigszins gespannen loop ik achter mijn vooruit rennende
gezinsleden aan het doolhof in.
Onverwacht
genot
‘Als we de zon aan onze rechterhand houden,
verdwalen we nooit.’ Dat de zon niet schijnt, lijkt onze survivaltactiek niet
in de weg te staan.
‘We houden gewoon de Tasmantoren in de gaten.’
Metershoge maïsstengels omsluiten ons. We
springen, kunnen we ons hoofd echt niet boven het maïsveld (weer eens wat
anders) uitsteken? Maar nee, de natuur wint. Als de wind aanzwelt en de stemmen
om ons heen zwijgen, is er een bijzonder moment van rust. Het geluid van de
wiegende stengels klinkt als muziek, vinden mijn kleuter en peuter en gelijk
hebben ze. Het is hier prachtig, heel even vergeet ik mijn verdwaalangst.
Mooi decor voor een nieuwe thriller.
Vrienden
voor het leven
‘Alweer doodlopend’, roept iemand vlakbij. Een
hoop geritsel, maar we zien niemand.
We vinden de uitgang toch wel? Ik merk dat mijn
hartslag steeds sneller gaat. En we hadden ook nog beloofd naar de
uitzichttoren verderop te gaan. Het liefste wel voor donker.
Stug lopen we door, de plek in de wolken waar wij
de zon wanen steevast aan onze rechterhand.
‘Kijk, die mensen gaan dat pad in.’ In dit soort
oorden lijkt de eerste de beste voorbijganger meteen je goede vriend.
'Je hoeft niet altijd achter anderen aan te lopen
om de juiste weg te vinden.'
Waar
is hier de nooduitgang?
Plotseling wordt het lichter en wijder om ons
heen.
'Nu zitten we in de 'M' van Meerstad, met al die
bochten.'
Ik knik opgelucht. Ruimte is altijd fijn.
We lopen verder en ineens zien we het Woldmeer, eindelijk
een weg uit dit doolhof. Na een paar passen een bordje met 'Nooduitgang' erop.
Even twijfelen we. Maar al snel wordt besloten dat
die uitweg onze eer te na is, dus draaien we weer om. Dapper als we zijn.
Ik probeer een zucht te onderdrukken. Eerlijk
gezegd kan die eer en dapperheid mij op dit moment weinig schelen.
Leve
de techniek
'Wacht, ik zoek de kaart er wel even bij.' De smartphone,
o halleluja, komt tevoorschijn en al snel vinden we de luchtfoto van het
doolhof.
De uitgang is vlakbij!
Vrolijk, ja ook ik, wandelen we weer naar buiten.
En inderdaad, links van ons komt de zon langzaam tussen de wolken door. We
zouden zo bij de scouting kunnen.
Wil jij ook zo'n spannend thrilleravontuur
beleven, je kunt nog tot en met oktober naar ‘de
leukste plek om te verdwalen’.
Nu ik dit zo schrijf,
hoog en droog achter mijn computer, heb ik best zin om nog eens te gaan. En dan
zonder de smartphone.
deze column is ook gepubliceerd op groningen.dichtbij.nl
Reacties
Een reactie posten