Nieuwe Vrienden (kort verhaal, gepubliceerd in verhalenbundel)


Dit verhaal schreef ik voor de verhalenwedstrijd van de Universiteitskrant Groningen. Samen met negen andere verhalen werd het gepubliceerd (maart 2013) in de verhalenbundel '#Overleven'. Te koop bij Uitgeverij Passage.

Nieuwe Vrienden (door Janneke Heimweg)
'Vanavond eten bij Sara. We zijn gevraagd!', staat in hoofdletters in mijn tijdlijn.
Een steek in mijn maag: waarom zij wel en ik niet?
Dat pesterige 'we zijn gevraagd' irriteert me het meest.
Jij zou waarschijnlijk blij zijn voor Julia en de laatste zin omschrijven als een jubelzin van een meisje dat een leuke avond tegemoet gaat.
Maar ik niet.
Ik ben niet gevraagd, ik zit hier in mijn bezemkast die moet doorgaan voor studentenkamer. Alleen. Nu, straks en morgen.
Niet zo zwaarmoedig zul je denken en geloof me, dat wil ik ook niet zijn. Ik kan niet anders.

Wat doe ik verkeerd? Wat heb ik ooit verkeerd gedaan?
Is het omdat mijn ouders gescheiden zijn? Als kind krijg je dan meteen een etiket op je voorhoofd met 'zielig'. Later, wanneer de emoties gezakt zijn en het leven weer doorgaat, verandert de tekst in 'gedoemd te mislukken in de maatschappij' - in een kleiner lettertype natuurlijk. Anders past het niet op het etiket.
Bovendien geven deze kleine letters mensen mooi de kans je te kwetsen. Eerst:  aardig zijn en vrienden worden. Dan: zo dichtbij komen dat ze de tekst op je voorhoofd kunnen lezen, zodat ze jou vervolgens, vol afschuw, van zich afduwen en verdwijnen uit je leven.
Denk niet dat ik overdrijf, ik spreek uit ervaring.

Dat was vroeger, nu is nu. Hier in deze kamer, in deze stad, met dit leven. Waarom word ik niet gevraagd? Het gaat me heus niet om het eten, ik kan prima zelf koken. Dat leer je wel als je moeder laat thuis komt, omdat zij 'nu papa ergens anders woont' de kostwinner is.

Ik had best zelf een etentje kunnen organiseren. Zoiets komt niet in mij op, misschien zit daar mijn probleem.
Wat zou het anders moeten zijn? Ik heb geen stinkvoeten, geen flaporen of haakneus. Mijn kleding en kapsel zijn volgens de laatste trends, zelfs bij de keuze van mijn studie heb ik naar de ranking gekeken. Niets dan hip, dat ben ik, diegene die niet gevraagd is.
Wat ga ik eraan doen? Zal ik vanavond domweg aanschuiven? Doen alsof ik de afwijzing niet heb opgemerkt?
Of smeken? Negeren?
Kan iemand zonder vrienden? Wanneer is iemand je vriend? Wanneer worden kennissen vrienden? En in welk categorie vallen medestudenten?
Zo veel mensen die ik dagelijks zie en geen vrienden? Dat lijkt onmogelijk.

Op internet heb ik genoeg vrienden, en dankzij Facebook en Twitter staan ze dag en nacht tot mijn beschikking. Dat ik de meesten nog nooit, of heel vroeger voor het laatst, gezien heb, doet er niet toe. Er zijn tenminste levende wezens, die op mijn berichten reageren.
Ik schep heus wel eens op hoor, over die nieuwe broek die zogenaamd peperduur was of over dat feestje waar ik tot 6.15 uur ben blijven hangen, terwijl ik voor middernacht alweer in bed lag te huilen.
Weet je wat een goede truc is, om zo veel mogelijk vrienden te krijgen? Gewoon iedereen toevoegen als vriend of volger. Zij volgen je terug en al snel heb je enorme aantallen achter je naam.
Wat ik ook stiekem doe, een tweede account aanmaken op Twitter en daarmee mijn eigen tweets retweeten.
Nog even en ik heb net zoveel volgers als mijn huisgenoot Marleen.

Ik schuif mijn bureaustoel aan en klap mijn laptop open.
Hé, daar is Bart, althans een bericht van hem.
Ik ken hem van de basisschool, nog voordat ik mijn etiket opgeplakt kreeg. Liet mij altijd winnen met knikkeren en als ik viel met touwtjespringen kwam hij aangerend om mijn gewonde knieën te kussen. Een schat.
Later hoorde ik dat hij was gestopt met school, in de goot belandde en zelfs was opgepakt wegens drugs. Nooit heb ik die onzin geloofd, voor mij is hij altijd die zachtaardige jongen gebleven.
Logisch dat ik zijn vriendschapsverzoek bevestigde.

‘Lieve Mirte, alles goed? Ik nodig je uit voor mijn Eindejaarsshow in club Escape, bij ons in Amsterdam. Klokslag 16.00 uur gaan de deuren open. Jij komt ook? Zonder jou geen feest. Kus Bart.’

Knap! Bart weet precies wat hij moet zeggen om mij te paaien. De woorden ‘ik nodig je uit’, zijn hemels. Alleen mijn oma zegt zoiets tegen mij, vlak voor Kerst.
Ik voel mijn lichaam gloeien. Die Bart, misschien kunnen we…
Kom, stel je niet aan, hij zoekt gewoon zaalvulling.

Ik staar naar de pagina waarop dit evenement is aangemaakt. Zal ik gaan? Ik ken Amsterdam nauwelijks. Bijna drie uren met de trein en ik haat de trein. Maar ik ben officieel uitgenodigd, dit is mijn kans op een nieuw leven. Ik zie dat meer oude bekenden zich hebben aangemeld.
Goed, Escape it is!

Een jurk! Ik moet een jurk hebben. Mijn God, schoenen en panty’s en de hele mik voor een volwaardig eindejaarsfeest. Ik spring op en ruk mijn kledingkast open.
Morgen is het al zover. Mijn stiletto’s, aan gort na dat leuke studentenfeest van vorige week.
Ik stond de hele avond tegen de muur gedrukt, probeerde in de kring te komen maar niemand liet me er tussen. Totdat ik als laatste redmiddel een toffe dans inzette, door mijn enkel ging en met geknakte stiletto’s op de vloer belandde.
Niemand deed iets. Zelfs het ‘niet lachen’ deed pijn. Hadden ze dat maar gedaan, hadden ze me maar omhoog getrokken en uitgejouwd. Wilde niet huilen, maar slaagde daar ook al niet in.

Nu weet je hoe het mij vergaat, in het dagelijks leven. En echt, ik spreek de waarheid. Dit verhaal is geen Facebook of Twitter waarin ik mijn belevenissen aandik, dit is mijn uitlaatklep.
Ik recht mijn rug, haal diep adem. Morgen ga ik naar het meest spectaculaire feest ooit en stromen de vrienden mijn leven binnen. Zo zal het gaan.

Mijn cocktailjurk is nog goed, bijpassende panty’s, boa en partyhoed, check. Zie je wel, ik heb de juiste spullen heus wel. Daar ligt het niet aan.
Schoenen dus. Zal ik Frederique van hierboven vragen? We hebben dezelfde maat. Ik kan zeggen dat het een noodgeval is, zij is de meest schappelijke in dit meidenhuis.
Voorzichtig open ik mijn kamerdeur, gluur de gang in. Niemand, gelukkig. Trap op, aankloppen. Ik maak een vuist, draai naar de deur en… mijn hand blijft hangen in lege lucht.
‘Wat doe jij hier, luistervink! Ga terug naar je eigen kamer!’ Frederique gilt me tegemoet, uit haar kamer klinkt gegrinnik.
‘Je stiletto’s, mag ik ze lenen?’
‘Gek, dat ben je!’ Ze gooit de deur dicht.

Tegenwoordig ineens zoveel ophef over dit soort gedrag. Na minstens twee zelfmoorden en miljarden woorden, blogs en columns over pesten, komen we eindelijk tot de conclusie: ‘Dit kan echt niet.’
Blablabla.
Ondertussen sluit iedereen zijn ogen bij het zien van onrecht en is heimelijk blij dat dit hem zelf niet overkomt.

Vandaag is het zover, de dag waarop ik eindelijk iemand zal zijn. Ik ga weg uit deze noordelijke studentenkliek, naar het middelpunt van het leven.
All dressed up, zonder stiletto’s maar met pumps, stap ik de gang op. Een paar passen tot de trap en weg, wie weet voorgoed.
‘Muisje Mirte, wat zie jij er uit. Waar ga je naartoe?’ Marleen schatert. ‘Jij, of all people, gaat naar een feestje?’
Even kijk ik haar aan, wil wat zeggen, misschien ook eens wat hatelijks. Maar mijn lippen blijven gesloten, ik draai me om en ren de trap af.
Je zou zeggen dat het me niets meer doet. Toch voel ik mijn benen trillen en mijn ogen prikken.
Waarom ik?

In Amsterdam stap ik tram 4 in, uitstappen bij het Rembrandtplein. Ik steek over, slalom tussen winkelend publiek en toeristen door naar Escape.
Zie ik daar Bart, in zijn zwarte bomberjack, spijkerbroek en gympen? Vroeger had hij donkerbruine krullen. Op Facebook zag ik al dat hij nu kaal is. Naast hem staat nog zo iemand.
Wat raar. Bart ziet me toch aankomen, of herkent hij me niet van de foto’s op Facebook? Hij lacht niet, geen blijk van herkenning. Hij zal toch wel blij zijn dat ik er ben?
Ik loop langzamer, wil ik dit wel? Ik kan nu nog omkeren, dan geen nieuw leven en geen vrienden. In de rij voor de ingang zie ik al veel feestgangers, in galajurken en rokkostuums. Het is nu of nooit, ik adem diep in en stap op hem af.

‘Mirte, daar ben je eindelijk.’ Bart grijpt mijn arm.
‘Het feest is toch niet begonnen?’
‘Je moet je nog omkleden. Kijk Ronald, dit is dat meisje.’
De kopie van Bart pakt mijn andere arm. Ingeklemd tussen twee bomberjacks word ik meegevoerd, langs de wachtrij, het gebouw binnen.
Nog nooit heb ik zo snel vrienden gemaakt.



Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Zeg een hoi!

Help! Wij schrijvers worden vermoord door de emoticon