Waarheid als een koe

Mijn column die ik mocht voordragen bij Silo Passage op 13 februari 2013 (1100 woorden)


Toen Japke mij vroeg hier vanavond een eigen column voor te dragen, heb ik eerst een half uur staan juichen. Ik grijnsde en glunderde en liep de hele dag met mijn hoofd in de wolken. Maar vrijwel direct dacht ik ook, ‘waarom ik? Wat heb ik gepresteerd, dat ik hier vanavond mag staan?’
‘Wie is die Janneke Heimweg?’, vragen jullie je ongetwijfeld af. Wel nu, ik schrijf. Ben ik dan een schrijver? Dat valt te betwisten, er is nog geen boek van mij gepubliceerd. Wat ben ik dan wel? Een idioot, dat staat vast, want als schrijver moet je toch enigszins gestoord zijn, prettig of onprettig dat hangt er dan weer vanaf.

Anton noemde mij eens huisblogger van Het Paleis, omdat ik blogs schrijf over de Culturele Zondagen. Ik vind huisblogger wel een mooie benaming, er gaat iets gemoedelijks, iets ongedwongens van uit. Daar hou ik van.
Dat ik hier vanavond mijn column mag voorlezen is voor mij een hele eer en ik wil jullie alvast bedanken voor het luisteren.

Mijn droom is mijn thrillerdebuut, bij Scholtens+ de Slegte op de tafel bij de ingang. Het liefste onder het bordje met 1 erop,  maar ik zal niet gelijk veeleisend zijn dus onder nummer 2 is ook goed. Een weinig originele droom, ik weet het. Gelukkig kreeg ik van huis uit Friese nuchterheid op het menu geserveerd, dus dat mijn droom overdreven, ambitieus en streverig is dat snap ik zelf natuurlijk ook wel. Maar goed, een mens moet wat te dromen hebben, zeg ik altijd.

Het thema van vanavond is Stad& Land. Ik ben een stadsmeisje, zo dat is eruit. Een Friese Stadjer, wel te verstaan. Geboren Friezin, naar het schijnt nog steeds met bijbehorend accent, maar alweer geruime tijd woonachtig hier in de stad.

Natuurlijk is dit totaal niet van belang voor deze column, maar nu jullie het toch weten kunnen mijn hersenspinsels vanavond hopelijk in een bepaald perspectief gezien worden. Hier in de stad is het is toch een ding, dat Fries zijn. Maar ach, ik ben er trots op, zo meteen hoor je waarom.

Jullie Groningers vinden dat Friesland eén groot platteland is, terwijl het aantal Groningse steden op een hand te tellen is. Om het aantal steden in Friesland te tellen, heb je de hand van je beste vriend of buurman nodig.
Kom ik hier om ruzie te maken? 

Natuurlijk niet, vanavond ga ik jullie een anekdote vertellen waarom Friesland heus zo gek niet is en waarom Friezen heel goed samengaan met Groningers.

Dé stad. Met nadruk op de, want ik vind Groningen dé stad van het noorden. Alles is hier, er is altijd wat te doen, op iedere avond kun je de kroeg in en je kunt nooit een kanon afschieten zonder iemand te raken. Dit in tegenstelling tot de Friese hoofdstad, waar ik vandaan kom.
Zie je wel, ik maak geen ruzie, ik ben zelfs in staat om realistisch en eerlijk te zijn.

Want dat Groningen mijn stad is, dat is een ding wat zeker is. Ik hou van de anonimiteit, de bedrijvigheid en van alle mogelijkheden. Neem zo’n avond als deze, dat ik hier zo maar mijn verhaal mag doen. Mijn schrijfsels voordragen alsof ik mijn sporen al verdiend heb. Dat is toch alleraardigst.

Mijn link met de stad is dus duidelijk, maar hoe zit dat met het platteland? Ik zal hier vanavond een bekentenis doen: heel soms mis ik het boerenland. In Friesland is inderdaad veel gras, en vroeger ging ik na schooltijd als een soort boerenzoon het land in, polsstok springen, boompje klimmen en koeienvlaai trappen, ik deed het allemaal. Je gelooft het misschien niet, toch is het de waarheid. Hier bewaar ik goede herinneringen aan.

Wat je soms hebt met jeugdherinneringen, is dat ze vervagen of zelfs verdwijnen. Kortgeleden behoorde ik tot de gelukkigen der aarde, die haar kindertijd weer vol in het vizier kreeg.
Tijdens een bedrijfsuitje, reed ik op een solex (je weet wel, zo’n brommertje die je al rennend tot leven duwt en waarbij je dan als een geit op het zadel springt omdat het ding anders zonder jou vertrekt. Inderdaad zo’n ding dus). Mijn collega’s en ik reden door het platteland aangrenzend aan de stad. Gehuld in een lange leren potloodventerjas en pothelm op, tuften wij tussen de weilanden door, langs maïsvelden en langs koeien.

En toen kwam het, de openbaring. Mijn stads-minded hoofd, was totaal vergeten, nee heus niet hoe een koe eruit zag, zo erg was het niet. Maar wat ik wel was vergeten, was het ontzaghebbende gevoel dat uitgaat van zo’n beest. Ik reed in slakkengang, want die solexen kunnen gewoon niet sneller, of ze zijn juist met opzet trager gemaakt om te voorkomen dat hordes Stadjers bij de eerste de best bocht, de sloot in slingeren.

Ik reed daar dus, vergezeld door de geur van benzine, leer en verse jarre (dat is Fries), op die grens tussen stad en ommeland. Al tuffend keek ik opzij en merkte toen Berta 1 op (arme meid, ze was maar een nummer). Ik, op mijn solex, zat behoorlijk lager dan Berta, die loom haar lunch naar binnen kauwde. Mijn ondergeschikte positie werd nog duidelijker voelbaar, toen ik verder reed langs haar vriendinnen.
Wat een prachtmeiden, wat een charme en wat een wijsheid. De noordelijke nuchterheid straalde van de dames af. De nuchterheid die ik zelf ook hoog in het vaandel heb. Ik beschouw koeien toch altijd als oud-provinciegenoten, dus je begrijpt ik was trots op deze Friese dames in het Groningerland. Voelde me verbonden met ze, ik onthaastte door hun kalmte.

Je denkt nu, je hebt het toch alleen maar over een koe? Dat klopt, maar voor mij Friese Stadjer was dit tafereeltje een moment van stadse bezinning. Bovendien realiseerde ik mij mijn nietigheid, het betrekkelijke van het leven en van mijn ambitieuze schrijversdromen.

Dit, mensen, was voor mij het moment waarop ik besloot vaker naar dit mooie stukje land te gaan. (het is hier vlakbij, bij Lewenborg de stad uit richting Bedum, verder is het niet). Om te aarden en om te relativeren, want dat is wat ik als Stadjer weleens vergeet. Het nuchtere, het eenvoudige, het ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’-gevoel is soms kwijt.
Want als schrijver steek je, zoals vanavond, toch je kop boven het maaiveld uit; je wilt publiceren, je wilt gehoord- en gelezen worden.
En soms, zoals toen ik net het bericht van Japke las, loop je naast je schoenen. Het zelfvertrouwen giert door je lijf, terwijl ach, ook zonder jou gaat het leven door, worden er boeken gepubliceerd en graast Berta in haar groene habitat.

Dus tot slot kunnen we hier rustig stellen dat de stad niet kan zonder platteland en andersom, ook al weet ik dat sommigen van jullie dit laatste zullen ontkennen.
Dit was mijn verhaal voor vanavond, nogmaals bedankt voor jullie aandacht. 


Reacties

  1. Wat een geweldige column! Heerlijk geschreven!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Zeg een hoi!

Help! Wij schrijvers worden vermoord door de emoticon