Column | Braindrain is zo gek nog niet

Deze column schreef ik voor een wedstrijd van de Leeuwarder Courant. Helaas won ik geen publicatie. Nu een plaatsje op mijn blog.

‘Wat moet je dáár nou?’
Hoe vaak ik die vraag gehoord heb, toen ik als Friezin aankondigde naar stad Groningen te verhuizen, is ontelbaar. 
‘Werken’, was steevast mijn antwoord, ‘en de liefde vinden.’ 
Na mijn studententijd moest ik zo nodig de wijde wereld in. Dus vetrok ik, naar Groningen. Want ja, als je iets doet moet je het goed doen. Zo was mijn gedachte.

Ook ik ben er dus een van de braindrain, een haast poëtisch woord voor het wegvluchten van hersenen naar de stad. 
En daar zitten we dan. Met z’n allen, zo gezellig intelligent te zijn. We wonen en werken letterlijk boven op elkaar en staan dagelijks in lange rijen te drammen om op onze intellectuele werkplek te komen. Ondertussen loopt het platteland leeg.

Een dramatische situatie, zou je denken. Maar dat valt mee! De rust en ruimte buiten de stad zijn een verademing. En hoe meer kennis naar de stad verhuist, hoe meer rust op het platteland. Als geboren Friezin mis ik dit uitgestrekte groene land, met haar zwart-witte bewoonsters, regelmatig. 
Ik beschouw koeien toch als oud-provinciegenoten, dus je begrijpt, als ik deze Friezinnen in het Groningerland aantref, ben ik trots. Dan voel ik me verbonden met ze, onthaast door hun kalmte. 

Juist in Friesland ligt mijn favoriete vakantiebestemming. Als stadse kom ik daar om te luchten en te laten. Mijn Groningse omgeving begrijpt dit nauwelijks, ieder jaar dezelfde conversatie.
‘Naar Vlíeland?’             
Vlieland (eigen foto)
Ik knik. 
‘Maar ik bedoel voor zomervakantie?’ 
Ik knik weer. Glunder nu.
Ongeloof en medelijden strijden om voorrang op het gezicht van mijn Groningse gesprekspartner. De tijd waarin ik mijn vakantiekeuze verdedigde is al lang voorbij. Ik weet wel beter. 

Als Friezin in Groningen moet ik me sowieso vaak verdedigen. In melige buien tijdens de koffiepauze ontstaan al snel twee kampen. Altijd dezelfde grappen en moppen vliegen over tafel en altijd dezelfden laten zich meeslepen in een strijd om de verschillen. De argumenten waarom wij beter zijn dan zij, klinken hard maar worden met pretogen betoogd. En altijd weer voel ik mij als Friezin trots. Op de vele steden, de taal en op de vriendelijke mensen.

Friesland heeft dus zoveel te bieden dat we die braindrain juist moeten omarmen. Want niet alleen wij stadsmensen hebben alle ruimte om te relaxen en te relativeren, maar ook voor diegenen die achterblijven is er voordeel. Immers wij zogenaamd intelligente wezens met onze intelligente salarissen komen zomers onze portemonnees legen op het platteland en bij de vele zomerfestivals op bijvoorbeeld de Waddeneilanden. En als wij dan weer vertrekken en de rust is wedergekeerd, is er weer alle ruimte voor mijn grazende vriendinnen. 
Dus kun je rustig stellen dat de stad niet kan zonder het platteland en andersom. Maar dit is wellicht een discussie voor in de volgende koffiepauze.





Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Zeg een hoi!

Help! Wij schrijvers worden vermoord door de emoticon