Een mooie plek voor een gekilde darling

'Kill your darlings' is de meest bekende en meest gehate les die je als schrijver leert. Op de valreep van de laatste deadline naar de redacteur (2 januari 2017) moet ik een 'megadarling killen'. Puur omdat deze scene mijn verhaal niet vooruit helpt. Een proeflezer zei zelfs: "Deze scene staat er alleen in om te laten zien wat de schrijver van het Jodendom weet." (AU! Maar ze had gelijk.) Hieronder kun je de hele scène lezen. Toch nog een mooi plekje ervoor.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Ik weet nog goed hoe mijn eerste sjabbatmaaltijd verliep. Die avond in Barcelona ging ik met Miguel naar zijn beste vriend thuis, het was sjabbat en we waren uitgenodigd voor het avondeten. Aangezien de vrouw van Miguel niet joods was, ging Miguel op vrijdagavond altijd eten bij Joodse vrienden.
Ik was er al wel achter dat het vrij uitzonderlijk was dat ik bij een Catalaan thuis uitgenodigd werd. Ook al namen ze je graag mee naar allerlei feesten, hun huis hielden ze liever voor hun vrienden en familie.
Zodra er drie sterren aan de lucht te zien waren ging de sjabbat in. Ook al waren de precieze tijden terug te vinden in schema’s op internet, hielden de meeste Joden graag de vroegere gebruiken in ere. Als Trinitat, de vrouw des huizes, de twee kaarsen had aangestoken gingen de mannen naar de synagoge. Als zij terugkwamen zou ik er ook zijn, zo hadden we afgesproken. Het voelde als een behoorlijk serieuze avond, heel anders dan met Alfredo in de kroeg. Ik had mijn netste kleren aangetrokken en hoopte dat ze het niet erg vonden dat ik mijn net verworven Catalaans afwisselde met Engels. Ik wist inmiddels maar al te goed hoe nationalistisch de Catalanen zijn.
‘Shabat shalom.’ Trinitat kuste me op beide wangen en hielp me uit mijn jas. Ze ging me voor naar de woonkamer, waar de mannen al aan de prachtig gedekte tafel zaten. Ik was toch niet te laat? Aan het gezicht van Miguel kon ik niets ontdekken, dus stelde ik me voor aan zijn beste vriend Joaquim, die me twee keer kuste. Trinitat knikte naar een van de lege stoelen, met bibberende knieën ging ik zitten. De aankleding van de tafel leek veel op de tafel die in de Folkingestraat synagoge op de voormalige vrouwengalerij tentoongesteld stond.
Op het hagelwitte en vlekkeloze tafelkleed stonden twee kaarsen te branden in een kandelaar, er stond een fles wijn en er lagen twee gevlochten broden onder een witte doek waarvan de randen omzoomd waren met gouddraad. Ernaast stond een mooi bewerkte zilveren beker, die veel leek op die in de vitrines van de synagoge in Groningen stond, gevuld met rode wijn. Het bestek was glimmend gepoetst en het servet zat in een prachtige zilveren servetring. Bij elk bord een kristallen wijnglas, erfstukken, zo oud leken ze te zijn.
Trinitat kwam binnen met een grote pan soep. Even later bracht ze een schaal met witte vis en een met aardappelen en als laatste zette ze een schaal met een soort stoofschotel erin op de tafel. Het viel me op dat er van geen enkele schaal dampende rook af kwam.
Ik keek Miguel aan, die meteen begreep wat ik bedoelde. ‘Tijdens sjabbat mogen we niet koken, dus Trinitat heeft dit vanmiddag al klaargemaakt, het is nu lauwwarm. De stoofschotel met kip, bonen en eieren heeft ze zelfs gistermiddag al opgezet. Je zult merken dat het heel smakelijk is.’
Toen ook Trinitat aan tafel zat, stond Joaquim op. Hij voelde even aan zijn Keppel, pakte de zilveren beker, hief deze en sprak een zegen in het Hebreeuws. Natuurlijk verstond ik het niet maar het klonk prachtig plechtig. Na de zegen liet hij de beker rondgaan en mochten we allemaal een slokje nemen. Ik liet de wijn even in mijn mond, het leek me een goede uiting van eerbied en slikte het toen langzaam door.
Toen ging een blauwe waskom gevuld met water, een bijpassende wasbeker en een handdoekje rond en wasten we om de beurt onze handen. Begeleid door een zegen van Joaquim.
De rituele handelingen brachten me in zekere staat van ontspanning. Het was duidelijk dat deze Joodse mensen de sjabbat maaltijd als een waar geschenk zagen, en zeker niet als een verplichting. Ik voelde me een van hen, iemand die mocht deelnemen aan dit superfeest zoals Miguel het noemde. ‘Zoals jullie Kerst vieren, en dat hebben wij dus elke week.’
De avond was smakelijk, bijzonder en ook gezellig. Uitgebreid vertelden de mannen over hun voorouders, zij waren strijders, die net zo lang door zouden gaan tot Catalunya niet meer onder Spanje zou vallen. Miguel vertelde over zijn vader, die gesneuveld was in de strijd onder Franco. Afscheiden, onafhankelijkheid, dat was het enige ultieme doel van hun bestaan. Desnoods door hun zoons, of kleinzoons maar het moest en zou gebeuren.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Zeg een hoi!

Help! Wij schrijvers worden vermoord door de emoticon