Niet alleen op de wereld

Deze column schreef ik afgelopen zomer voor de schrijfwedstrijd van J/M ouders.

‘Volgens mij is deze mevrouw doof.’
Het lijkt zo’n doodgewone ochtend, mijn dochter en ik wachten op het schoolplein op mijn zoon. Vaste prik is de houten evenwichtsbalk aan de rand van het plein, waar mijn dochter steevast joelend heen rent. Inmiddels aan één hand wankelt en wiebelt ze eroverheen totdat haar broer uit school komt. Geweldig dus.
Maar vandaag niet.

Bij de balk zie ik een bekend groepje hangmoeders (wie kent ze niet) rond losse houten palen staan, die vlak voor de evenwichtsbalk uit de grond steken ter verhoging van de speelvreugde. Op zo’n paal, op kniehoogte van een kleuter dus het woord paal is nogal exorbitant, zit een moeder. Ja niet dat ik dat weet, maar waarom anders zit ze hier te wachten?
En ze blijft zitten.
Als ik mijn protesterende dochter –want ze begint immers altijd op deze plek aan de evenwichtsbalk- langs de zittende moeder loods, voel ik verbazing. Het lijkt me toch logisch dat je opstaat, het is immers een kinderspeelplek. Maar dit groepje heeft alleen oog voor elkaar en neemt zoveel letterlijke- en figuurlijke ruimte in dat ik me liever richt op vrolijkere zaken.
Gelukkig staat mijn dochter inmiddels op de balk, pak ik haar hand (je weet wel, zo’n heerlijk warm en zacht peuterhandje) en doen we wat we altijd doen.

Maar hé, daar verderop staan een vader en een moeder. Opzichtig te praten met onze evenwichtsbalk tussen hen in.
Na signaleren van zo’n situatie gaan de radertjes in je hoofd razendsnel draaien om in een splitsecond een beslissing te nemen. Even staan we vlak voor hen stil, aannemende dat een van de twee opzij gaat, ze zien ons toch? Maar nee, ze blijven staan en praten steeds luider.
Dus vraag ik, mijn irritatie vakkundig onderdrukkend want zeg ik ben een vriendelijke moeder, of we er even langs mogen. Weer die verwachting, zelfvoldaan dit keer want ik heb keurig gehandeld en de boel is opgelost.

Nou mooi niet. De twee verroeren geen vin. Mijn dochter kijkt me vragend aan. Er zit niets anders op. Hardop zuchtend til ik haar voorbij de uiterst niet-sociale ouders, weer op de evenwichtsbalk, daarbij de moeder met mijn toevallig net iets te ver uitstekende elleboog rakend. Tegelijkertijd schamper ik de eerste zin van dit verhaal tegen de rug van het obstakel. En hoera, ze kijkt op en doet een stap opzij.
Te laat.

Op zich allemaal geen werelddrama maar zulke ouders creëren dus wel zulke kinderen. Helaas.
Wat ik mijn kinderen bijbreng is dat ze oog hebben voor mens en dier, ook al ben je druk bezig. Even op je beurt wachten bij de glijbaan, naar opzij voor de oma met rollator en een vriendelijk groet in het park. Het zijn zulke kleine dingen, die absoluut een mooier mens van je kind maken.






Reacties

Populaire posts van deze blog

Zeg een hoi!

Help! Wij schrijvers worden vermoord door de emoticon