Mijn vijf grootste schrijfblunders


Om de (schrijf) lol er wat in te houden, post ik hier de vijf grootste schrijfblunders uit mijn thriller Cum Laude. Vakkundig opgespoord door proeflezer Ellen de Ruiter.
Hilarisch of dom, kies jij maar. 


1) De rechercheur zucht en staat op. Ook zo’n hardhouten geval [z1] zie ik.

 [z1]Wie, de rechercheur? J Even ‘van zijn stoel’ toevoegen en het klopt weer. J


2) Onwillekeurig kijk ik naar zijn achterwerk, mooie rondingen grijnzen[z1]  me tegemoet.

 [z1]Kan een kont grijnzen?


3) Ik adem al mijn opgekropte spanning uit en kijk hem aan door mijn wenkbrauwen[z1] 

 [z1]? Dit kan niet.


4) ‘Wat is er meisje?’ Hij beweegt zijn duim dicht naar mijn wang. Gaat hij me aanraken? Ik deins achteruit, hij veegt met zijn duim in de ruimte tussen ons in. ‘Waarom huil je[z1] ?'

 [z1]Gekke vraag op een crematie


5) ‘Juul!’ Ergens rechtsvoor klinkt een dwingend gesis[z1] . ‘Help dan toch.’

 [z1]Sissen doe je met een ‘s’. In ‘Juul!’ komt geen ‘s’ voor.


En dan te bedenken dat ik voor nummer 5 zo vaak ben gewaarschuwd in schrijfcursussen. Natuurlijk maakte ik er nog veel meer, wie weet post ik die later eens.









Reacties

Populaire posts van deze blog

Zeg een hoi!

Help! Wij schrijvers worden vermoord door de emoticon